‘Betrek zwarte gemeenschap bij museum slavernijverleden’

Door Marvin Hokstam, AFRO Magazine

De aankondiging dat de Gemeenteraad van Amsterdams geld vrijmaakt voor een haalbaarheidsonderzoek naar een Nationaal Museum Slavernijverleden vult ons met blijheid. We zijn verheugd dat er concrete stappen zijn genomen voor een plek waar alle Nederlanders meer kunnen leren over dit onderbelichte deel van de geschiedenis en het met respect kunnen herdenken. Dit museum is niet alleen voor de zwarte gemeenschap belangrijk, maar voor heel Amsterdam; voor heel Nederland.


De hoofdstad is directbetrokkene geweest in de trans-Atlantische slavenhandel. Zoals de initiatiefnemers van het voorstel voor het museum ook schreven: “dit biedt de plicht het volledige plaatje ‘achter de gevels’ uit te dragen en zo de schoonheid die gebouwd is op het slavernijverleden te gebruiken om een dieper begrip te kweken en te stimuleren. Dit is wel het minimale wat we als stad kunnen bieden …. Die taak hebben we als stad nog lang niet vervuld.” Vandaar dat het besluit van het college vol enthousiasme wordt verwelkomd.

Maar het is van belang dat de zwarte gemeenschap nauw betrokken is bij de inrichting van het geheel en dat het perspectief van dit museum over zwarte mensen, ook door zwarte mensen wordt bepaald.

En dat begint bij het haalbaarheidsonderzoek, waarvan bij de aankondiging werd gesteld dat het onafhankelijk moet zijn. Maar moet dat ook werkelijk? Te vaak krijgen mensen van kleur namelijk te horen dat hun objectiviteit in dit soort kwesties wordt betwist. Dat hun emotie belemmert. Maar is er echt sprake van objectiviteit wanneer de mening van minderheidsgroepen er niet toe doet?

Wij vinden dat het Afrikaans perspectief dominant moet zijn, in het onderzoek al. Onze emotie doet ertoe. Het mag niet zo zijn dat dit onderzoek en het uiteindelijke instituut dat we hopen met zijn allen op te richten, vanuit een geïnstitutionaliseerde blik worden uitgevoerd.

Aandacht voor de zwarte geschiedenis is geen hype.

Er is de afgelopen jaren meer aandacht voor zwarte geschiedenis en cultuur. En het lijkt wel een hype, gedreven door populaire trends. De zwarte gemeenschap rolt wel vaker collectief met de ogen wanneer afro-centrische initiatieven worden gepresenteerd waarin haar verhaal alleen vanuit een eurocentrisch perspectief wordt gepresenteerd.

Voorbeelden daarvan zijn de constante tentoonstellingen over ‘zwarte bediendes aan Nederlandse hoven’. Dat zwarte mensen in het verleden als knechten en exotisch pronkstuk gediend hebben voor rijke witte mensen en tot slaaf gemaakt zijn, weten we al. Maar dat is slechts een klein deel van het verleden van de zwarte gemeenschap. Want onze geschiedenis startte niet met de slavernij; slavernij onderbrak onze geschiedenis!

De zwarte werkelijkheid verdient zeker meer aandacht, maar dan met de juiste nuance. De zwarte belevenis is geen trend die volgend jaar achterhaald is.

Wij willen een museum dat ons recht doet. Een onafhankelijk instituut, met haar eigen gebouw en eigen gekwalificeerde staf die zelf haar beleid bepaalt. Een museum over de zwarte geschiedenis dat de zwarte geschiedenis ook vanuit een zwart perspectief vertelt, met inachtneming van zwarte emoties en nuances. Een museum waar de zwarte gemeenschap zeggenschap heeft over haar verhaal. Immers, wie vertelt jouw verhaal beter dan jijzelf?

Het verleden, hoe wrang ook, is wat ons in het heden tot maakt wie wij zijn. 

Een museum dat de zwarte geschiedenis en het verhaal van de slavernij presenteert vanuit een zwart perspectief, natuurlijk met een blik naar het leed, maar ook met een blik naar de veerkracht van de mensen die het hebben moeten doorstaan. Dat stilstaat bij de onderbelichte rol van vrouwen bij het verzet tijdens de slavernij. Bij de verhalen van het Afrika van vóór de Europese inmenging. En de rol die de zwarte gemeenschap opeist in het heden en de toekomst ondanks de achterstand waar het verleden haar mee opzadelde.

Een museum waarin de geschiedenis niet is witgewassen. Als we in overweging nemen hoe vluchtig het onderwijssysteem raast langs de slavernij, zijn we terecht verontrust. Nederland moet zich niet verbergen voor haar geschiedenis. Het verleden, hoe wrang ook, is wat ons in het heden tot maakt wie wij zijn. Begrip ervoor maakt ons beter. Een museum dat niet de plank misslaat, zoals we wel vaker zien in aldanniet goedbedoelde initiatieven.

Moeilijk? Nee! Neem nou het voorbeeld van the National Museum of African American History and Culture in Washington DC, of the Museum of London, Sugar & Slavery of het Memorial ACTe, museum of slavery in Guadeloupe, instituten waarin de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zich niet verborgen voor hun geschiedenis van slavernij. Zij namen het voortouw en gaven die geschiedenis een respectabele plek.

Nederland beroept zich graag op haar reputatie als liberaal, progressief land en dat is in veel gevallen absoluut terecht. De hoofdstad is bij uitstek de plek waar iedereen zijn recht tot individuele vrijheden kan beleven. Het wordt echter altijd ingewikkeld zodra het gaat over gelijke rechten en participatie van minderheidsgroeperingen in onze multiculturele samenleving. Dan vormt zich altijd meteen een hardnekkige blinde vlek.

Daarom is het goed dat Amsterdam het initiatiefvoorstel voor het museum omarmt. Wij dringen er bij het College op aan om boven die blinde vlek uit te stijgen en de opinies, emoties en belevenissen van haar zwarte gemeenschap hun rechtmatige plek te geven in het proces dat nu volgt.

Dit artikel schreef ik namens de Werkgroep Nationaal Museum Slavernijverleden voor ’t Parool